Taken als ouder

Procesgerichte taken voor ouders bij de coming-out.
De coming-out van homomannen heeft vaak een impact op vaders, maar evenzeer beide ouders. Volgens Cockx en Tytgat lijkt het volkomen logisch dat de bekendmaking voor sommigen een schok kan zijn. Hierop wordt vervolgens met allerlei emoties gereageerd. Het is ‘oké’ de tijd te nemen om dit gegeven als vader te moeten verwerken (Cockx et al., 2000).

Vaders komen op dit ogenblik in een soortgelijk proces terecht zoals de jongeren door gingen. Dit ogenblik van confrontatie is vergelijkbaar met het moment waarop de jongere bewust werd van zijn homoseksuele identiteit. Een eerste kwetsbaarheid is dat ouders, net zoals de jongeren, veel te weinig informatie kregen omtrent holebiseksualiteit. Hier kan in de richting gekeken worden van school en de media. Veel ouders hadden het nooit voor mogelijk gehouden dat hun zoon homoseksueel zou kunnen zijn (Sergeant, 2001).

Na deze eerste schok komt vaak het gevoel van ongeloof, de gedachte dat dit een fase van voorbijgaande aard is. Hierbij gaan vaak schuld en -schaamtegevoelens mee gepaard. Zo vragen ouders zich vaak af wat ze verkeerd deden of wat hun aandeel hierin was. Ouders hebben vaak ook bepaalde verwachtingen over hun kind opgebouwd die moeten aangepast worden (Sergeant, 2001). Hierbij ontstaan er een aantal procesgerichte taken waar ook de vader bij de coming-out doorheen moet of toe uitgedaagd wordt. Deze procesgerichte taken worden vervolgens één voor één uitgelegd.

TOEKOMSTVERWACHTINGEN AANPASSEN
Ouders worden met andere woorden, bij de coming-out, uitgedaagd de eigen idealen te relativeren en voorrang te verlenen aan de idealen van hun zoon of dochter. Ouders hebben van bij de geboorte af al bepaalde toekomstbeelden/verwachtingen met betrekking tot hun kind. Hier wordt een lief van hetzelfde geslacht echter niet bij ingerekend. Sommigen hadden dit tot de coming-out nooit voor mogelijk gehouden. Deze ouders worden dan bij de coming-out vaak gedwongen om in te zien dat er andere levenspaden bestaan die tot geluk leiden. Daarna volgt al snel de vraag in functie van wiens geluk ze het kind opvoeden: “Voed ik dit kind op in functie van zijn geluk of in functie van het mijne?” (Cockx et al., 2000).

SCHAAMTE OVERWINNEN
De afgelopen jaren is er heel wat vooruitgang geboekt ten aanzien van homoseksualiteit en het holebibeleid. Echter is homoseksualiteit nog steeds, binnen onze huidige samenleving, geen evidentie. Zo worden onze kinderen nog vaak rigide opgevoed, naargelang bepaalde gendernormen, genderrollen en genderstereotypen. Dit zorgt ervoor dat mensen nauwelijks met homoseksualiteit kunnen omgaan. Daarbij worden vaak eenzijdige geboden en verboden opgelegd ten aanzien van homoseksualiteit, terwijl deze niet (in verhouding) voor heteroseksualiteit gelden (Cockx et al., 2000).

Ook onze ouders groeiden op in een sociaalhistorische context, welke amper tolerant was tegenover seksualiteit en ten aanzien van homoseksualiteit in het bijzonder. Deze intolerantie en schroom dragen ouders mee in hun persoonlijke opvattingen en waarden. Zo dragen die zelfs een stukje over in de opvoeding van hun kinderen. Eigenlijk komt het er zowel voor de ouder als voor de jongere op aan om deze schaamte te overwinnen en ervan uit te gaan dat homoseksualiteit te persoonlijk en te kostbaar is om door anderen te laten bepalen (Cockx et al., 2000).

SCHULDGEVOELENS OPZIJZETTEN
De confrontatie met de coming-out roept vaak verschillende vragen bij ouders op.
Zo vragen ze zich af wat ze verkeerd deden of als de opvoeding aan de basis van deze seksuele identiteit lag. Hier kan een volmondig ‘neen’ op geantwoord worden. Ouders hebben hier absoluut geen schuld aan (Cockx et al., 2000).

COMING-OUT ALS VADER VAN EEN HOMOSEKSUELE ZOON
De ouder wordt bij de coming-out enerzijds ongevraagd geconfronteerd met onzekerheid, vragen, culturele stigma’s en angst voor de toekomst en anderzijds ook met weerkerende vragen vanuit de omgeving over hun homoseksuele zoon of dochter. Een andere taak die de ouder plots krijgt is om zelf ook binnen hun sociale kringen uit de kast te komen. Niet omwille van hun eigen identiteit, maar omwille van de homoseksuele identiteit van hun zoon. Dit dient te gebeuren in het belang om hun homoseksuele zoon evenwichtig in hun leven te integreren (Cockx et al., 2000; Coleman & Remafedi, 1989).

BEZORGDHEID NIET OVERDRIJVEN (NA DE COMING-OUT)
Als laatste is het van belang voor de ouders om, ondanks hun eigen bezorgdheden, hun homoseksuele zoon niet te belasten met hun over-bezorgdheid. Er dient een gezond evenwicht gehouden te worden tussen aandacht en bezorgdheid om de jongere en ontwikkelingskansen (Cockx et al., 2000).

Bronvermelding:

  • Cockx, F., & Tytgat, P. (2000). Holebi’s in beweging: Praten over homoseksualiteit in onderwijs en vormingswerk. Leuven: Acco.
  • Coleman, E., & Remafedi, G. (1989). Gay, lesbian, and bisexual adolescents: A critical challenge to counselors. Journal of Counseling & Development, 68(1), pp. 36-40.
  • Sergeant, M. (2001). Holebi’s in Vlaanderen nieuwe editie (publicatie i.s.m. de Holebifederatie). Brussel: Gelijke Kansen in Vlaanderen.
Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close